De liefde in je leven
en de invloed daarop van met name je hormonen
 

Hoe werkt je onbewuste nu echt?

Je overtuigingen, gebeurtenissen van vroeger, maar ook zaken als je hormonen zijn vaak van grote invloed op hoe je je voelt en wat je doet. In De magische machine introduceer ik het ‘note to self’-principe om uit te leggen hoe dat eigenlijk kan. Ik zal aannemelijk maken dat bewuste en onbewuste processen voortdurend in elkaar overlopen zonder dat er een instantie is die dit allemaal controleert. Daarbij wil ik laten zien hoe je deze theorie kan gebruiken om je eigen leven beter te begrijpen. Het boek is weliswaar nog lang niet klaar, maar hieronder kun je alvast de inleiding lezen.

Hoe komen gedachten en gevoelens eigenlijk tot stand? Hoe kunnen ze uitvloeien in gedrag? En hoe kunnen deze processen beïnvloed worden door zaken als je hormonen of gebeurtenissen uit je verleden? Kortom, hoe werkt je onbewuste nu echt? Dat is de vraag waarop ik je in dit boek een antwoord zal geven dat niet alleen stevig is geworteld in de wetenschap, maar waaraan je ook iets kunt hebben voor je eigen leven. Het wordt immers een stuk makkelijker te begrijpen waarom jij en je geliefde elkaar zo vaak in de haren zitten bijvoorbeeld, als je een goed beeld hebt van de manier waarop onze gedachten, gevoelens en gedrag heel in het algemeen ontstaan en op elkaar inwerken. Deze kennis kan je bovendien helpen te bepalen of een probleem lichamelijk is of psychisch en je vertrouwen geven in de behandeling hiervan. Dat deed het in ieder geval bij mij.

Maar laat ik bij het begin beginnen. Tijdens mijn studie raakte ik al geïnteresseerd in de manier waarop gedachten en gevoelens ontstaan en op elkaar inwerken, en welke rol daarbij is weggelegd voor de taal. De onderliggende hormonale en neurologische processen leken me lange tijd echter vooral erg ingewikkeld en ik zag tot voor kort dus ook geen reden om de dingen die ik gaandeweg ontdekte toe te passen op zaken als liefde, seks en relaties. Dat wil zeggen, ik was regelmatig ongelukkig in de liefde, maar eigenlijk wist ik altijd wel wat er niet goed zat in mijn relaties of om welke andere reden ze vermoedelijk geen lang leven beschoren waren, en anders meende ik dat wel te weten.

Als twintiger had ik het zoals zoveel mensen moeilijk gevonden om te geloven dat iemand die ik zelf leuk vond ook zou kunnen houden van mij. Omdat ik was opgegroeid met een moeder die op zijn zachtst gezegd sceptisch was over de liefde, naar ik aannam omdat ze zich zelf niet bemind had gevoeld door haar eigen moeder, leek me dat echter logisch en ik had er ook alle vertrouwen in dat een en ander nog wel veranderen zou. Dat laatste gebeurde inderdaad, vrij plotseling, doordat ik een korte maar intense verhouding kreeg met een tien jaar jongere economiestudent, waarna ik wegging bij mijn vriend. Klinkt dit als het plot van een romantische komedie of een feelgood movie? Zo voelde het ook, maar het is ook niet voor niets dat zoveel films gaan over mensen die ontdekken dat ze anders dan ze altijd gedacht hadden de moeite waard zijn. Als je met dat idee bent opgegroeid kun je je het misschien niet voorstellen, maar er zijn nu eenmaal ook veel mensen die hier op de een of andere manier van overtuigd moeten raken voor ze een volwassen relatie kunnen aangaan met een ander.

Ik had me erop ingesteld dat het nog jaren kon duren voor ik weer een man zou ontmoeten die ik leuk vond en die ook iets zou willen met mij, en was zelfs al gestopt met de pil, maar de stad leek opeens over te lopen van de interessante en aantrekkelijke mannen en jongens die alleen maar welwillend reageerden als ik een gesprek met ze aanknoopte, of werk maakten van mij. Binnen een maand had ik iemand ontmoet, een RoXY-ganger, die meteen duidelijk maakte dat hij geen vaste relatie met me wilde, maar desondanks gevoelens bij me losmaakte waarvan ik niet had gedacht dat ik ze ooit zou hebben, en een half jaar later ervoer ik voor het eerst wat dat nu eigenlijk was, van iemand houden. Daarna verzeilde ik herhaaldelijk in relaties met jongere mannen die het na verloop van tijd uitmaakten omdat ze om begrijpelijke redenen toch liever een vrouw hadden van hun eigen leeftijd, dan wel kampten met psychische problemen die het hen onmogelijk maakte een gezonde relatie te hebben met wie dan ook, tot ik E. tegenkwam, de man die bleef.

Omdat het volgens mij wel goed zat tussen E. en mij maakte ik me niet meteen zorgen toen ik merkte dat ik eigenlijk nooit meer de neiging had om tegen hem aan te kruipen en ook veel minder genoot van seks. De hormonen konden het niet zijn volgens de boeken en sites waarbij ik terecht kwam toen ik op zoek ging naar meer informatie en dus zou het wel iets tijdelijks zijn. Op een gegeven moment was dat echter niet meer vol te houden en ging ik toch twijfelen aan mijn relatie. Tot ik zelfs niet meer warm of koud werd van de seksscènes in True blood, een van onze favoriete series in die dagen, en me een bedrieger begon te voelen als ik mijn geliefde probeerde te zoenen. Vanaf dat moment geloofde ik niet meer dat mijn gebrek aan zin een psychische of relationele oorzaak moest hebben. Ik ging meer wetenschappelijke artikelen lezen, waarna ik langzaam op het spoor kwam van testosteron als het hormoon van de lust en de liefde, voor zowel mannen als vrouwen. Ik haalde mijn huisarts over om me een middel te geven dat binnen een paar maanden mijn zogenaamde vrij testosteron op peil zou moeten brengen en dat bleek inderdaad de oplossing, want een paar maanden later was ik mezelf weer. Ik kon weer genieten van seks, maar merkte tevens dat ik bijvoorbeeld weer geraakt kon worden door muziek en meer energie had.

Volgens onderzoekers is bijna de helft van alle (jonge) mensen niet veilig gehecht, zoals zij dat noemen, hetgeen bijna onvermijdelijk leidt tot relatieproblemen. Ik twijfel er dan ook nog steeds niet aan of dit verschijnsel in mijn eigen leven een grote rol heeft gespeeld. Ik denk alleen niet meer dat dit het hele verhaal is. Libido- en stemmingsproblemen door low T zie je namelijk niet alleen bij veertigplussers, maar ook bij vrouwen die de anticonceptiepil slikken, en de jaren dat ik zo weinig verwachtte van de liefde waren precies de jaren dat ik aan de pil was. De eerste keer dat ik overstapte op een niet-hormale vorm van anticonceptie, hield ik nog een dagboek bij waaruit is op te maken dat ik toen eigenlijk net zo opbloeide als de keer dat ik voorgoed stopte en mede daarom ben ik er inmiddels van overtuigd dat bijvoorbeeld ook de enorme uitwerking die de RoXY-ganger op me had het beste te verklaren is uit het feit dat mijn gevoelens vanaf mijn drieëndertigste niet langer gedempt werden door de hormonen in de pil. Tot ik dit boek ging schrijven had ik die mogelijkheid echter nog geen moment overwogen, zo gespitst was ik op psychologische verklaringen, en dat is precies mijn punt. Je kunt ergens een plausibele verklaring voor hebben, maar het is altijd goed om na te gaan of er niet nog een andere manier is om de zaak te bekijken, zeker als het gaat om haast per definitie ingewikkelde verschijnselen in het domein van de liefde.

Daarom heb ik dit boek opgebouwd rond wat ik genoemd heb de ‘note to self’-theorie van mentale processen. Deze theorie verklaart heel in het algemeen hoe gedachten, emoties en lichamelijke reacties ontstaan en op elkaar inwerken. Daarmee maakt ze allerlei gevoelens en gedragingen inzichtelijk, waaronder die op het vlak van de liefde, en dat is weer kennis die je kan gebruiken om een geschikte partner te vinden, zelf een betere partner te worden, voor jezelf te bepalen of je met iemand verder wil, enzovoort. Het idee is dat mentale processen als denken en voelen zich geheel en al automatisch voltrekken, waardoor je je van veel redeneringen niet eens bewust bent. Slechts bij de belangrijkste ‘conclusies’ gaan zoveel neuronen (zenuwcellen) vuren dat de betreffende ideeën resulteren in aanvankelijk nog vage beelden, frasen, sensaties en voorbereidingen voor acties. Deze werken vervolgens als notes to self, dat wil zeggen dat ze door hun relatieve waarneembaarheid herkend (en weer verwerkt) kunnen worden als nieuwe informatie, waarna de betreffende conclusies steeds helderder en uiteindelijk zelfs geheel bewust kunnen worden. Anders gezegd, je aandacht gaat naar en blijft bij die dingen die je aandacht verdienen doordat je mentale systeem voortdurend ‘uitrekent’ in hoeverre de verschillende elementen in de situatie van belang zijn voor jou (en anderen) en de belangrijkste uitkomsten van dat interpretatieproces communiceert met zichzelf. Voor de goede orde, het gaat hier om een zogenaamde convergerende theorie, dat wil in dit geval zeggen dat het beeld dat ik geef is gebaseerd op oude en nieuwe inzichten uit de psychologie, neurologie, hormoonleer, taalkunde en kunstmatige intelligentie, maar dat de manier waarop ik deze met elkaar in verband breng grotendeels voor mijn rekening is.

De kern van de ‘note to self’-theorie is dat het brein een zelforganiserend systeem is, dat wil zeggen dat het doet wat nodig is om zijn doelen te bereiken, zonder dat er een instantie is die de boel aanstuurt. Omdat het brein de structuur heeft van een netwerk is een dergelijke instantie niet nodig. Heel simpel uitgelegd, de neuronen die altijd actief worden bij het waarnemen van een bepaalde combinatie van elementen in de werkelijkheid activeren de neuronen die corresponderen met de concepten en ideeën die horen bij deze cluster, en die activeren weer de neuronen die horen bij de dáármee verbonden concepten en ideeën enzovoort, eenvoudigweg omdat ze met elkaar verbonden zijn. Onderzoekers noemen dit verschijnsel ‘spreiding van activatie’. Dus als je terwijl je uien aan het snipperen bent een kus krijgt van je lief, worden niet alleen de neuronen actief die corresponderen met het op die plek beroerd worden door de lippen van een ander, maar ook de neuronen die corresponderen met jouw kennis van en ervaring met zoenen en gezoend worden, de manier waarop je je geliefde in het algemeen en op dat moment ziet, enzovoort. Doordat je je maar van één ding tegelijk bewust kunt zijn, krijgt alleen de belangrijkste (tussen)uitkomst van dit interpretatieproces de vorm van een al dan niet met gevoel geladen frase, beeld, intentie, enzovoort. Ook dit gebeurt weer automatisch doordat alleen de bij deze uitkomst horende neuronen lang genoeg actief zijn om ook de neuronen die horen bij de betreffende respons voldoende te activeren. Deze respons werkt vervolgens als een note to self, dat wil zeggen dat bijvoorbeeld het gevoel dat je krijgt als er meer bloed gaat naar je genitaliën verwerkt wordt als binnenkomende informatie. En zo kan het dat het belangrijkste element in de situatie waarin je je bevindt (of waaraan je denkt) de aandacht krijgt die het verdient en je ook weer geheel automatisch komt tot een adequate reactie, die zelfs trouwens ook weer werkt als een boodschap aan jezelf. Je begint bijvoorbeeld te glimlachen omdat je beseft dat jullie van elkaar houden en door die glimlach wordt dat besef alleen maar sterker. Overigens blijven de neuronen die geassocieerd zijn met het snipperen van de uien en het in de gaten houden van de pannen op het vuur tijdens dit alles actief, zij het waarschijnlijk wat minder dan daarvoor.

De ‘note to self’-theorie beschrijft niet alleen hoe mensen de hele dag door informatie verwerken en komen tot hun reacties, ze kan ook duidelijk maken wat er daarbij mis kan gaan en hoe zowel medicijnen als therapieën kunnen helpen bij een heel scala aan problemen. Neem de niet-bestaande Marc van bijna vijftig die elke keer dat zijn vrouw Carmen seks hebben, merkt dat zijn gedachten steeds weer afdwalen naar andere, meestal werkgerelateerde dingen. Hij voelt zich daar zo schuldig over dat hij nu al verstrakt als Carmen hem met een opmerking of door tegen hem aan te kruipen duidelijk maakt dat ze wel zin heeft, hetgeen haar allicht weer verdrietig maakt. Wat kan hier aan de hand zijn?

Om opgewonden te raken en te blijven moet je om te beginnen iets hebben opgemerkt dat normaal gesproken voor jou werkt als een seksuele prikkel. Dit kan een aanraking zijn, die heel direct verlangen opwekt, maar ook een passage in een boek of een scène in een film, waarbij alleen de neuronen gaan vuren die geactiveerd worden door het zien van of denken aan de betreffende seksuele handelingen. Deze prikkel leidt per definitie tot een lichamelijke reactie, dat wil zeggen dat er zowel in je hersenen als in je geslachtsdelen processen op gang komen die je gezamenlijk de ervaring geven van geilheid. Deze ervaring werkt als een signaal aan je mentale systeem dat je eerste (nog onbewuste) inschatting van de situatie als interessant klopte en zorgt tegelijkertijd voor een verdere activatie van de concepten en ideeën die jij koppelt aan seks. Beide zaken zorgen ervoor dat de lichamelijke reactie aanhoudt en zo kan je opwinding toenemen.

Om met enige zekerheid te kunnen zeggen waarom een en ander bij Marc niet gebeurt, zouden we veel meer informatie moeten hebben. Desondanks zijn er minstens drie voor de hand liggende verklaringen te geven voor het feit dat Marc minder zin heeft in seks, en deze zijn allemaal op de een of andere manier te begrijpen in termen van de ‘note to self’-theorie. Zo kan het zijn dat wat Carmen doet voor hem anders dan voorheen geen prikkel meer is, bijvoorbeeld omdat hij haar niet meer zo aantrekkelijk vindt. Haar opmerking of aanraking veroorzaakt dan een geringere neurale activiteit dan in de tijd dat hij haar nog wel bijzonder vond en krijgt daardoor een lagere prioriteit. Mensen en dingen die het label ‘bijzonder’ hebben, zijn namelijk verbonden met meer, dan wel belangrijker elementen in je mentale systeem dan objecten die dat niet hebben en leiden dan ook tot een grotere activiatie. Maar het kan ook zijn dat er sprake is van een tweede, sterkere prikkel. Misschien heeft Marc problemen op zijn werk die hij letterlijk niet uit zijn gedachten kan krijgen. Dat is het nut, maar tegelijk ook het nadeel van zogenaamd negatieve emoties als vrees. Op het moment dat je een probleem ervaart als belangrijk is je hele systeem gericht op het vinden van een oplossing, dat wil zeggen dat de daarmee verbonden concepten en ideeën sterk geactiveerd blijven, waardoor andere prikkels een lagere prioriteit krijgen dan ze in normale gevallen gehad zouden hebben. In dit geval zou je kunnen zeggen dat het vele denken van Marc de oorzaak is van zijn gebrek aan opwinding. Het omgekeerde is echter ook mogelijk. Het kan namelijk net zo goed zijn dat Marc bijvoorbeeld door een gebrek aan vrij testosteron niet meer de lichamelijke reactie krijgt die voor zijn brein het teken is om zijn aandacht te gaan richten op Carmen. Hij registreert dan nog wel haar poging om hem te verleiden, maar voelt daar verder niets bij, waarop zijn gedachten weer teruggaan naar wat hij aan het doen was of het onderwerp waarover hij aan het nadenken was.

Om je een meeromvattende indruk te geven van de vele manieren waarop gebeurtenissen in je verleden, je partner, je overtuigingen, emoties en dus bijvoorbeeld ook je hormonen van invloed zijn op je (liefdes-)leven beschrijf ik in het eerste hoofdstuk van dit boek zowel mijn eigen ervaringen als die van anderen. Veel wetenschappers hebben het niet zo op gevalsbeschrijvingen omdat ze terecht van mening zijn dat deze oorzakelijke verbanden kunnen suggereren die er niet zijn. Maar persoonlijke verhalen geven vaak ook een helderder beeld van een verschijnsel dan onderzoek met bijvoorbeeld vragenlijsten dat kan, vandaar dat ik er in dit boek wel vaker gebruik van zal maken.

Het tweede hoofdstuk is het taaiste, maar wat mij betreft ook het opwindendste van dit boek. Ik presenteer je hierin de inzichten uit verschillende wetenschappen die ik heb gebruikt om de ‘note to self’-theorie te formuleren en met een beetje geluk levert dit bij jou dezelfde ervaring op waar de meeste wetenschappers en journalisten, maar ook leken en lezers, het allemaal voor doen. Dat je iets opeens gaat zien en begrijpen, in dit geval hoe gedachten en gevoelens op elkaar inwerken en leiden tot gedrag. Van elk inzicht geef ik een beschrijving, ik vertel op wat voor onderzoek het gebaseerd is en ik breng het in verband met de andere hypothesen waaruit deze theorie is opgebouwd. Als een idee omstreden is of door mij op een afwijkende manier wordt toegepast, dan zal ik dat er bovendien bij vertellen. Zo volgt uit de ‘note to self’-theorie een heel nieuwe kijk op verschijnselen als empathie en altruïsme, breek ik met de gewoonte van de meeste onderzoekers om processen gecontroleerd te noemen alleen maar omdat deze langzamer en bewuster verlopen dan andere mentale processen, en heb ik het principe van re-entrant processing dat ontwikkeld is voor onderzoek naar de visuele waarneming zo aangepast dat het ook compexere vormen van informatieverwerking kan verklaren.

In de tweede helft van dit boek laat ik zien hoe je de beschreven mechanismen kunt gebruiken om te begrijpen waarom mensen meer en minder gelukkig zijn in de liefde en daarbuiten en wat je kan doen als je iets wil veranderen in je leven. In hoofdstuk drie pas ik daarvoor de ‘note to self’-theorie toe op met name de ideeën van John Bowlby over gezonde en minder gezonde vormen van hechting en de vele therapieën die daarop gebaseerd zijn. Ik merkte het net al even op, bijna de helft van de mensen is aan het begin van zijn volwassen leven niet veilig gehecht. Weliswaar verschilt de mate waarin ze daar last van hebben in hun relaties en op hun werk bijvoorbeeld van persoon tot persoon. Maar het kan nooit kwaad te begrijpen hoe de boodschappen die je als kind hebt meegekregen doorwerken in de rest van je leven, en ook dat dat voor anderen heel anders kan zijn. In hoofdstuk vier ga ik dieper in op de fysiologische aspecten van emotionele en andere mentale processen en besteed ik vooral aan de invloed van testosteron op je libido en stemming. Ik zal aannemelijk maken dat naar schatting zo’n 5% van de veertigplussers minder zin en plezier heeft in seks door een gebrek aan dit hormoon en uitleggen waarom artsen en seksuologen, als ze dit al weten, vaak ten onrechte huiverig zijn om medicijnen voor te schrijven die je hormonen weer op peil brengen. En in hoofdstuk vijf geef ik een aantal relatie- en andere adviezen gebaseerd op de ‘note to self’-theorie. Bijvoorbeeld hoe je er achter kunt komen of een probleem een hormonale, dan wel een psychische oorzaak heeft en wat je kunt doen om (nog) meer te genieten in bed.

Ik kan me trouwens best voorstellen dat je je afvraagt wat dit boek anders maakt dan andere. Er liggen al zoveel breinboeken in de winkel, wat kan een boek van een onbekende wetenschapsjournalist daar nog aan toevoegen? Dat zou ik in ieder geval wel denken. Maar de meeste breinboekauteurs beperken zich tot het beschrijven van losse verschijnselen, meestal uitsluitend op hun eigen vakgebied, die ze illustreren met aansprekende voorbeelden en experimenten. En op zich is dat best te begrijpen. Om een samenhangend beeld te schetsen van de mechanismen die ons gedrag bepalen moet je inzichten uit heel verschillende disciplines met elkaar in verband durven brengen, en wetenschappers worden nu eenmaal niet opgeleid, betaald of gewaardeerd voor het opstellen van dergelijke overkoepelende theorieën, hoe vreemd dat ook moge klinken. Een wetenschapsjournalist daarentegen wordt geacht wordt van alle markten thuis te zijn. En ik heb bij deze onderneming ook de nodige hulp gehad van het toeval. Zo zou ik dit boek niet hebben kunnen schrijven als ik naast mijn studie psychologie niet ook Nederlands was gaan doen, omdat ik dan nooit zo’n duidelijk beeld had gehad van de manier waarop concepten met elkaar kunnen worden verbonden.

Tenslotte kan ik iedereen geruststellen die vreest dat er in een model als geschetst in dit boek geen sprake meer kan zijn van een vrije wil. Volgens de ‘note to self’-theorie verlopen mentale processen, of ze nu bewust zijn of onbewust, altijd automatisch. Zelfs het reguleren van gedachten en gevoelens gaat volgens deze gedachtengang vanzelf. Dat betekent echter niet dat je iets kunt denken, voelen of doen dat je niet op een bepaalde manier zelf wil. We blijven verantwoordelijk voor onze eigen daden, zoals ouders niet alleen verantwoordelijk zijn voor hun eigen daden, maar ook voor die van hun kinderren. Verder zijn ook automatismen te veranderen. Zoals we kunnen stoppen met roken, kunnen we ook ophouden te geloven dat we ieder moment ontmaskerd kunnen worden bijvoorbeeld. Het is meestal niet eenvoudig, omdat de betreffende overtuigingen en handelingspatronen haast per definitie diep zijn ingesleten, maar dat betekent niet dat we er altijd voor ons leven aan vast zitten. Maar wat misschien wel het belangrijkste is om op te merken, het reflexmatige van ons denken en voelen maakt onze ervaringen niet minder mooi. Neem de momenten waarop je kijkt naar je geliefde en jullie beginnen allebei te stralen, alleen maar omdat de ander begint te stralen. Dit gebeurt geheel automatisch, maar dat doet niets af aan de ervaring. We zijn machines, maar magische machines.

Share Button
De liefde in je leven is een themasite van Buzzboeken