De liefde in je leven
en de invloed daarop van met name je hormonen
 

Wat iedere 40+ vrouw (en man) moet weten over hormonen | Over De overgang van José Rozenbroek en Jos Teunis

De overgang, Het no-nonsense handboek  geeft veel aandacht aan hormoontherapie als remedie tegen overgangskwalen, waaronder een gebrek aan zin. Ook het testosterongebrek dat mannen vanaf een bepaalde leeftijd kunnen oplopen komt aan bod. Een en ander maakt dit boek echter niet eenzijdig. De rol van hormonen wordt immers nog vaak onderschat, terwijl de risico’s van het aanvullen van een eventueel tekort overschat worden.

overgang teunis rozenbroekEr zijn al veel boeken geschreven over de menopauze, maar volgens de auteurs van De overgang, José Rozenbroek en Jos Teunis, was er nog geen boek als dat van hen. In zekere zin is dat waar. Het boek is inderdaad anders dan veel andere boeken over dit onderwerp niet zweverig en ziet er ook niet uit als een glossy, het bevat niet eens illustraties. Wel worden in De overgang de informatieve gedeelten regelmatig afgewisseld met prettig leesbare persoonlijke verhalen. Kijk je alleen naar de informatie die het boek geeft en vergelijk je deze met de informatie in het inmiddels tien jaar oude handboek over de menopauze van de Amerikaanse Pat Wingert en Barbara Kantrowitz, dan moet je vaststellen dat Rozenbroek en Teunis weinig nieuws vertellen. 

Aan de andere kant, het Amerikaanse boek is natuurlijk niet toegesneden op de Nederlandse situatie en dat is dit boek wel. (Of het even relevant is voor Vlaamse lezers durf ik niet te zeggen. De geraadpleegde artsen zijn allemaal werkzaam in Nederland en er zijn ook geen adressen opgenomen van Vlaamse klinieken. Misschien kan dat laatste in een herdruk worden aangepast?) Uit de reacties op een interview met Teunis op Lindanieuws.nl blijkt bovendien dat er nog steeds veel vrouwen zijn die niet kunnen geloven dat de in De overgang sterk gepropageerde hormoontherapie veilig en effectief is. Het zou mooi zijn als dit boek daar enige verandering in kan brengen.

Jose rozenbroek en jos teunis

Jos Teunis en José Rozenbroek (foto: Jelmer de Haas)

Juist omdat in De overgang het aanvullen van vooral oestrogeen zo warm wordt aanbevolen is het wel jammer dat de auteurs onjuiste informatie geven over de betreffende huisartsenstandaard. Rozenbroek en Teunis beweren namelijk dat het geven van oestrogeen daarin alleen aanbevolen wordt voor opvliegers en nachtelijk transpireren en dat dit advies pas zal worden bijgesteld als ook de uit 2005 stammende richtlijn voor gynaecologen is aangepast.

De huisartsenstandaard voor de overgang is echter in 2012 nog herzien en in deze versie wordt hormoontherapie ook genoemd als remedie tegen pijn tijdens het vrijen als gevolg van de dunner wordende vaginawand (vaginale atrofie). Nu blijven de opstellers met name over de duur van hormoontherapie erg voorzichtig, maar huisartsen die vrouwen in de overgang liever de veel zwaardere anticonceptiepil voorschrijven dan een speciaal voor hun klachten ontwikkeld middel, wijken daarmee dus af van de door hun eigen beroepsvereniging opgestelde richtlijnen. Kijk, dat is informatie waarmee je twijfelende vrouwen over de streep kunt trekken.

Lezers die voor zichzelf willen uitmaken hoe plausibel de dingen zijn die Rozenbroek en Teunis beweren, wordt het niet makkelijk gemaakt. Ze zeggen hoe dan ook wel erg makkelijk dat iets is gebleken of zelfs wetenschappelijk bewezen. Maar welke onderzoekers iets hebben gevonden vertellen ze er vrijwel nooit bij en de literatuurlijst bevat weinig wetenschappelijke artikelen. Kennelijk hebben de auteurs hun informatie vooral van de door hen geraadpleegde artsen en zijn ze zelf niet heel diep in de literatuur zijn gedoken.

Neem het hoofdstuk over seksualiteit. Hierin gaan de auteurs uitvoerig in op hormoontherapie en glijmiddel als remedies tegen pijn tijdens het vrijen door vaginale atrofie, en terecht. Ze stellen echter ook dat is gebleken dat er geen direct verband is tussen vaginale atrofie en pijn tijdens het vrijen en dat regelmatige, plezierige seks juist leidt tot minder atrofie omdat de vagina dan beter doorbloed raakt. De auteurs die dit beweren, Ellen Laan en de voor dit boek geïnterviewde Rik van Lunsen, zijn echter lang niet zo stellig, althans niet in hun wetenschappelijke artikelen, en in de meeste richtlijnen is de aanname dan ook dat atrofie rond de overgang niet het gevolg is van onvoldoende voorspel of iets dergelijks, maar typisch een hormonaal probleem. Daarbij is er in het betreffende onderzoek, waarnaar trouwens ook verwezen wordt in, jawel, de huisartsenstandaard, alleen gekeken naar de doorbloeding van de vagina. Voor het wel of niet pijnlijk zijn van seks is het evenwel belangrijker of een vrouw vochtig wordt, en het is nog maar de vraag in hoeverre deze twee maten van opwinding met elkaar samenhangen. Het is natuurlijk wel zo dat de boel forceren of angst voor pijn de zaak erger maken en het is ook niet gezegd dat atrofie altijd een hormonale oorzaak heeft.

Ook op de informatie die in De overgang wordt gegeven over testosteron is wel iets aan te merken. Dat vrouwen (net als mannen trouwens) lichamelijk opgewonden raken bij het kijken naar een pornofilm, zelfs als ze weerzin voelen, is anders dan Rozenbroek en Teunis beweren namelijk geen kwestie van testosteron. Laan, die met dit onderzoek bekend werd, ziet wel een verband tussen testosteron en het fantaseren over seks. De lichamelijke reactie die optrad bij het zien van een erotische film, zagen Laan en haar collega’s namelijk zowel bij vrouwen met een tekort aan testosteron als bij de vrouwen bij wie dit tekort was aangevuld. Bij het fantaseren over seks was er weer wel een verschil tussen beide groepen. Wat overigens wel klopt, is dat testosteronafhankelijke opwinding onbewust kan zijn, maar het gegeven voorbeeld is daarvan dus geen goede illustratie.

Er zijn echter genoeg auteurs die het verband tussen testosteron en zin in seks bagatelliseren of het aanvullen van een tekort aan dit hormoon afraden vanwege de vermeende gezondheidsrisico’s. Dat doen deze auteurs allemaal niet. Ze zeggen wel een beetje makkelijk dat je als je maar genoeg leuke seks hebt ook genoeg testosteron aanmaakt, maar wijzen tevens op de mogelijkheid om een tekort aan te vullen met een (voor mannen bedoelde) gel. Daarbij wijden ze nog een heel hoofdstuk aan de problemen die mannen kunnen krijgen als de concentratie testosteron in hun bloed met de jaren te laag wordt.

Rozenbroek en Teunis besteden al met al veel aandacht aan de hormonale kant van de menopauze. Dit maakt dit boek echter niet eenzijdig, maar ondanks zijn slordigheden nuttig. Hormonen spelen nu eenmaal een grote rol in ons leven en de problemen die kunnen ontstaan door een tekort zijn nu wel lang genoeg afgedaan als aanstellerij.

Een kortere versie van dit artikel verscheen eerder op Buzzboeken.

Share Button

Praat mee!